Zondag 18 januari: een moeizame start
In de Zaventemse luchthaven krijg ik te horen dat er wat problemen zijn in Madrid, maar volgens de bediende wordt alles geregeld tegen het tijdstip ik aankom. Bij mijn aankomst om 23.30 uur blijkt mijn aansluitende vlucht geannuleerd te zijn. Na een collectief onderhoud met de Iberia-verantwoordelijke wordt ons duidelijk dat dit niet de eerste keer is en dat er reeds een bus op ons staat te wachten om naar het 4-sterrenhotel te rijden. Niet slecht denk ik, maar niet genoeg. Ik geniet dus van de extra maaltijd en de 2 handdoeken die in de luxe-kamer ter beschikking 'waren'.
Na 5 uur slapen zit ik alweer in dezelfde bus. Het is een chaos aan de check-in van de luchthaven. Ook in de Boeiing 747 lijkt het een Spaanstalig duiventil. Voor mij en achter mij zijn zelfs passageros discussie aan het voeren om toch maar bij elkaar te kunnen zitten. 'Ik zou niet graag in de zapatos van de hostessen staan' is het enige wat mij tijdens deze 20 minuten bij mij opkomt. Mijn reisboek heb ik voorlopig nog even dichtgelegd.
Maandag 19 januari: Goeie lucht
Na 5 films en 11 keer stretchen kom ik aan in "Goeie Lucht" (B.A.). Het verwelkomingscomitee stelt voor om onmiddellijk een taxi te nemen richting centrum. Pas wanneer de bestuurder zijn arm door het raam legt, besef ik dat het hier zomer is, 28 graden Celcius. Dat betekent 30 graden verschil.
Geen enkel viersterrenhotel weegt op tegen het kunstenaarshuisje waar ik logeer. Voor het slapengaan eten we buiten, tussen de vogels, maar toch in het centrum van een miljoenenstad.
Dinsdag 20 januari: afgedroogd
't Is hier een zaligheid. We slapen met open deuren en ramen en 's ochtends een ontbijtje buiten.
In B.A. rijden er enorm veel bussen. Het probleem is echter dat niemand goed weet welke route of bestemming ze hebben, tenzij hun eigen bus. Nergens vind je uurroosters; enkel het nummer van de bus. Treinen zijn er ook, maar in beperkte mate. Hoewel de metrolijnen heden worden uitgebreid, bieden zij onvoldoende netverbinding. Onze eerste stopplaats is de roze kapel (nu auditorium) en het kerkhof van Ricoleta. Roze: omdat het de nationale kleur is.
Het kerkhof lijkt op Père La Chaise (Parijs). Hier liggen enkel de beroemdheden of adelachtigen. Iets verder in het parkje, voorbij de corpulentste boom van Argentinië, vinden we het bekende kafee La Biela. Het is een van de duurdere etablisementen en had vroeger grappige panelen bovenaan de ingang. Die zijn nu vervangen door oncreatieve reclameborden, m.a.w. een foltering voor het oog.
In mijn reisgids lees ik dat hier ook wat tangogroepjes rondhangen. Dansers vinden we niet, maar wel een oudere zanger/gitarist. Ik zeg voor de grap tegen L.:"Hij heeft wel iets van de man die op de cover van mijn reisgids staat". Wanneer we dichterbij komen kijken we elkaar verbaasd aan. Het is hem! Wat een toeval. Het is het resultaat van een samenspraak waarvan de formule mij ontgaat. Ik zeg hem dat dit boek in elke Nederlandse en Belgische bib te vinden is. Terwijl hij blozend vertelt dat dit een foto van 10 jaar geleden moet zijn, signeert hij het boek als een doorwinterde tangoster. L. wijst mij op mijn rood voorhoofd. Ik ben wellicht nog niet gewoon aan de hitte. We besluiten daarom om een binnenactiviteit te houden. Het wordt het National Museum Of Fine Arts dat twee straten verder ligt. Het is zeker een aanrader.
Vanavond is het internationale game-evening. Ik ben uitgenodigd op een gezelschapspellenbijeenkomst van een club uit B.A. Het eerste spel is de Kolonisten van Catan. Ondanks het feit dat ik het spel vrij goed ken, word ik medogenloos afgedroogd. . Nu is het mijn beurt. Ik leer enkele spelers Bonanza en De Grote Dalmuti. Ook na 3 keer spelen versla ik ze met 1 hand. Om middernacht is het tijd voor een vleesmaaltijd. De chincholin geraak maar niet door mijn keel. De tafelgenoten grinniken, maar beseffen dat slechts een vierde van de Argentijnen deze darmen lusten.
Woensdag 21 januari: een investering waard
We lopen door de Botanische tuin en vermijden zo de drukke Avenuda Las Heras. Midden in de tuin, nabij het Greenhouse, komen dagelijks kattenliefhebbers hun lieverds eten geven.
Nog in Palermo vinden we het museum Malba. L. vertelt me dat dit een privé-museum is. Een bezoek mocht niet ontbreken. Na het bezoek lopen we nog even de boekenshop binnen. De werken van Berni spreken mij enorm aan en dus investeer ik in een overzicht van zijn werken. Als afsluiter lopen we nog even de koffiebar binnen. De koffie met Amarreto is een goeie keuze.
Vanavond keren we terug naar het cultureel centrum van Ricoleta. Een vriend van L. is een bekend acteur en zanger van een groepje. We gaan er luisteren naar wat Argentijnse popmuziek op de esplanade. Wanneer het concert afgelopen is gromt mijn buik van de honger. Doch, we kunnen nog niet vertrekken met de bandsleden, want er staan tientallen jonkvrouwen om een handtekening te smeken bij onze artiest.
Donderdag 22 januari: een cultureel hoogstaande dag in B.A.
Na het concert van woensdagavond (op de esplanade) waren we niet van plan om voor 11 uur op te staan. De medialunas (soort croisants) hadden we op tegen 12 uur en daarna hadden we een afspraak met de moeder van L. Zij is docente Engels en kent heel wat van kunst en de geschiedenis van Argentinië. Het bezoek aan de boekenschop/bibliotheek (Avenida Theater) roept bij haar duidelijk herinneringen op. Voor de crisis was dit een standingvolle theaterzaal waar zij vaak kwam. Gelukkig heerst er nu nog een gezellige sfeer en is het podium omgebouwd tot een modieuze bar, met piano en zithoeken waar je kan lezen. De koffie is er bijzonder lekker. Ik kan het mij weer niet laten om enkele boeken aan te kopen, tot genoegdoening van L.'s moeder. Zij neemt mij achteraf mee naar het operagebouw (Colon Theater). Dit monument behoort tot een der groten en doet zeker niet onder voor de staatsopera van Wenen. In de koepel kunnen 20 zangers of muzikanten zitten, al dan niet in de luster. De luster kan tot op 10 meter boven het publiek zakken. Dit alles geeft het effect dat de muziek uit ´de hemel komt´.
Om de avond af te ronden verzamelen we in museum Alba. Dit keer ben ik er niet om een tento te zien, maar om naar Spaanse dichters, dj´s en andere muzikanten te luisteren. Deze laatste kan ik vergelijken met de Argentijnse Nieuwe Snaar. Alles gaat door op het terras, met een gratis aperitiefje. Uit een gesprekje met enkele aanwezigen blijkt dat de kunst het enige is dat niet of bijna niet heeft geleden onder de economische crisis.
Vrijdag 23 januari: Plaza De Mayo/Nunca Mas!
We vertrekken vanuit Congresso en lopen zo naar Barolo. L. vertelt mij dat de lift in art-deco stijl tot de 16de verdieping gaat, waar vermoedelijk enkel kantoren zijn. Niemand houdt ons tegen, integendeel. In de lift vraagt een man ons waar we willen stoppen. L. geeft toe dat we toeristen zijn. Ze lacht vooraleer ze zijn antwoord vertaalt. De man neemt een sleutel uit zijn zak en zegt de eigenaar te zijn van dit onbetaalbaar monument. 1 vierkante meter kost 300 euro.
We volgen hem naar de top. Die bestaat uit een torentje met bovenaan een glazen koepel van ongeveer 5 vierkante meter en in het midden de 'Fago'. Dit is een soort vuurtorenlicht dat tot 10 kilometer ver rijkt. We zitten nu op het hoogste punt van BA. Ik kan het niet laten om een 10-tal foto´s te maken.Deze buurt heeft tal van gebouwen met unieke torentjes.
Na de rondleiding neemt de man ons mee naar een resto waar we 3 uur buffet aten (met heerlijke Portugese kip). Vervolgens stappen we nog even binnen in het oudste tangokafee (Tortoni). Er is niet alleen een cafe, achteraan vinden we de zaal met podium en de kapperszaal. De kelners zijn de toeristen kennelijk gewoon. Het is alsof ze aangeworven worden op basis van hun kapsel en de kunst om foto´s te maken van het kafee en de klanten. Op weg naar de plaats van de 'Dwaze moeder' krijg ik nog een stukje geschiedenis van L. Daarbij wijst ze op de helm en de bloemen die doen herinneren aan de demonstratie van 2 jaar geleden en het onschuldig slachtoffer (jonge bromfietser).
Er lopen hier nog dozijnen militairen. Hun aanwezigheid wordt duidelijk niet gewaardeerd door de gewone burger. Het Pink House is het belangrijkste overheidsgebouw dat slechts aan de voorkant roos is geschilderd. Onrechtstreeks staat het symbool voor de korte ambtsperiodes van de laatste presidenten.
Voorbij de unief lokt een cubaans bord ons voor een mochito. Bij de bestelling blijkt dat het happy hour was. Dit is our lucky day. Terwijl L. even gaat telefoneren, loop ik een galerij binnen. Op de binnenkoer is men net bezig met de repetitie van een dramastuk. Deze dag is nogal vermoeiend waardoor de mochito's als een hamer werken. Even dutten is de boodschap want om 24 uur vertrekt de taxi naar het chique Palermo. Het wordt voornamelijk een bezoek aan trendy pubs, alwaar ik regelmatig wordt gevraagd van waar ik ben.
Zaterdag 24 januari: Oh my god
In de late namiddag stellen F. en V. voor om naar de Zoo te gaan. De zoo is best leuk, maar geen groot evenement wanneer je naar Patagonië gaat (achteraf gezien). We lopen er ook even voorbij het tijgereiland waar enkele weken voordien een bezoeker gaan spelen is met de beestjes. Het was te zien op onze eigenste VTM.
L. zegt mij een warme nacht tegemoet te gaan in mijn´oh my god'-hemd. En dat is het ook. Een bevriend kunstenaar heeft zijn appartement verkocht en organiseert een moving-out party voor vrienden. Iedereen is bijzonder open. Velen werken in de culturele sector en dat zorgt voor filosofische gesprekken tot in de vroege uurtjes.
Zondagochtend 25 januari: underground
Om 9 uur beslissen we om nog naar een afterparty te gaan en niet te gaan slapen. De afterparty gaat door in een omgebouwde kerk, nabij Avenida de Mayo. Het verbaast mij dat hier nog 800 mensen aan het fuiven zijn, terwijl de gemiddelde Argentijn de inkom en de cocktails niet kan veroorloven.
Om 11 uur verlaten we deze plek en nemen we de taxi naar het ouderlijk huis van L. Het is 40 min. rijden. We zijn nu net buiten de stad en in een omgeving vergelijkbaar met St. Pieters Woluwe. Hier staat het afscheidmaal klaar. L. laat mij nog even de special effects zien die ze maakt voor een volgende film. Haar firma is zeer bekend in Argentinië en zorgt ook voor stand-ins. De beelden zijn geweldig creatief gemaakt (lijken/ingewanden,...). Het was een emotioneel afscheid, maar tegelijkertijd een mooie overgang om aan een nieuw avontuur te beginnen.
Hoewel ik mij nog groovy voel van het voorbij feestje, begin ik te beseffen dat het nu even menens wordt. Ik ben de jongste reiziger tussen ervaren avonturiers, uitgedost in superdure expediekledij en bijhorende camera's. Gelukkig ben ik ook goed voorbereid en heb ik vertrouwen in mijn materiaal. Ons klein vliegtuigje brengt ons naar Trelew, een plek waar we 36 graden ondergaan. Voorlopig blijft het flees onderaan de rugzak. Alles verloopt vlot; de check-in in het hotelletje nabij de zee, de reservatie van de excursies,...
Maandag 26 januari: Atlantis
Het is 6 uur wanneer de breakfastverantwoordelijke mij wekt. Na het ontbijt haalt men mij af met een volumewagen. Mijn lichaam wil af en toe indommelen, maar de gidse houdt mij op een animatieve en leerrijke manier wakker.
Het eiland Peninsula Valdes is bekend voor de diverse diersoorten. De eerste stopplaats leid ons naar een van de broeihaarden; Punta Piramide (naar de rots genaamd). Daar ligt de boot te wachten. We varen voorbij de nesten van diverse zeevogels (o.a. Patagonische aalscholvers) en vervolgens naar de grot met fosielen. Dit is ook de grot waar we later gaan snorkelen. Nu is het nog even tijd om langs de schiereilandjes van de zeehonden te varen. Onze boot komt tot op 2 meter van de schreeuwende beesten. Tijdens het snorkelen zwemmen we tussen kloven die lijken op Atlantis. De lichtinval van de zon geeft een fantastisch gevoel. Ik duik samen met de gids naar de bodem alwaar we een krab volgen en ... plotseling een schaduw van 3 meter langs ons zien voorbij gaan. Ik kijk verbaasd om en merk dat dit een zeehondje op 2 meter van mij voorbij kwam. Dit maakt mijn dag! De gids heeft het moeilijk om de deelnemers terug in de boot te krijgen (na een uur), maar ze zijn het blijkbaar gewoon.
Terug op land rijden we naar Punta Norte, de plek van de pinguins en de zeeleeuwen. We komen tot op enkele meters. Tijdens de laatste minuten waren we nog getuige van een hevig gevecht (voor terretorium en jongen) tussen 3 zeeleeuwen.
Op dit ogenblik zijn er geen orca's. Die komen later, in februari. Om 19 uur eindigt de trip in het centrum van Puerto Madryn. Ik ben enkel nog in staat voor een diner (Patagonische lam) en een slaapmutsje met de uitbaters van een range van het eiland.
Dinsdag 27 januari: twee lekke banden
Opnieuw staat een volumewagen klaar om 6.45 uur. Opnieuw probeer ik nog wat te slapen, maar de wegen bestaan over het algemeen uit grint en hobbels. Gelukkig zit naast mij een Israliër die mij heel wat tips geeft over Calafate. In Rawson nemen we de boot die ons naar de dolfijnen moet brengen. Op slechts 10 kilometer van de kust merken we de eerste op. Bij de eerste plons breekt er spontaan een applaus los onder de 20 opvarenden. Vanaf dan roept iedereen:"Daar, kijk daar... en daar". De dolfijnen voeren een show op rond onze boot. Het is een groep van 20 waarvan er enkele zelfs naast en onder de boot zwemmen. Op het einde van de trip volgt een verlorengezwommen zeehond onze boot. In haventje van Rawson merken we nog een zeehond op. Deze ligt te zonnen op de kade.
Vanuit Rawson rijden we naar Punta Tombo waar honderdduizenden pinguins huizen. We lopen ertussen, maar moeten de voorrang geven aan de wiebelende beestjes. Een lust voor het oog. Net voorbij 'pinguin-highway' zien we hen vanop de versteende lava (20 miljoen jaar oud) het water ingaan. De meeste worden vrijwel onmiddellijk teruggedreven door de golven. Pas na 4 keer proberen lukt het. Het bezoek van 2 uur verveelt mij geen seconde.
Ook de gaunaca's lopen op enkele meters van ons. Dit zijn de zuidamerikaanse dromedarissen van 1,5 meter hoog. We nemen een andere weg terug, maar het blijft grint en hobbels. We rijden 80 km per uur en na 20 min, in de middle of nowere... Baaafff! Een lekke band. Bij de vervanging merken we dat ook de andere achterste band lekt. We rijden voorzichtig verder. De gids en de chauffeur kijken voortdurend in de spiegel en achterwaarts leunend door het raam. En dan... knall! De wagen slingert van de weg, iedereen wordt wakker, de bestuurder manouvreert en kan de wagen nog net op tijd veilig stoppen. Zelfs de gids is onder de indruk van de situatie. Ik moet echter op tijd in Trelew zijn en daarom kan ik overstappen in een andere wagen die achter ons reed. Gelukkig hebben de achtergebleven reizigers airco en water bij, want voor hen is het wachten op hulp onder 34 graden.
In Trelew aangekomen besluit ik om niet de bus te nemen maar zo vlug mogelijk een vliegtuig te nemen naar El Calafate. Dit is een wijziging van mijn programma waar ik geen spijt van heb. Ik vind vrijwel onmiddellijk een hotelletje vlakbij het park (5 euro). Mijn vliegtuig naar El Calafate kost mij 100 euro extra en vertrekt vrijdagochtend. Ik heb dus tijd voor een break.
Woensdag 28 januari: terug in de tijd
Ik slaap uit. Na wat boodschappen (was, foto's) bezoek ik het dinomuseum. Een kort bezoek, maar de moeite waard.
Donderdag 29 januari: uitgewaaid
Vannacht moest ik een taxi nemen naar de lokale dokter van wacht. Een beet van een of ander beest heeft er voor gezorgd dat ik een gezwollen elleboog heb, opzich niks ergs, maar je weet maar nooit.
De vlucht verloopt perfect. Vanuit de lucht kan ik al genieten van de ijstoppen en de geweldig grote meren. Ik logeer in een hotelletje in het basiskamp. Rondom mij zie ik toeristen die enkel trekkersmateriaal dragen; stapschoenen, windjackets, fleesjes,... Ik voel mij in mijn nopjes.
Ik maak een basiswandeling naar het vogelreservaat Lago Nimes. Zeer rustgevend, maar wat winderig. Hoewel we in de buurt van de gletsjer zitten is het er nog 22 graden. Ter afronding van de dag laat ik nog een echte hormonenvrije stukje bief aanrukken met Argentijns ijs als dessert (heerlijk).
Vrijdag 30 januari: in de vlucht
Het hotel heeft een sociale-gezellige sfeer. We slapen met 6 in 1 grote kamer met stapelbedden. Om 5 uur loopt de wekker af van een ijstrekker, maar dat neem ik erbij. Om 9.30 uur staat de volumewagen klaar om naar de range te rijden.
We komen aan in een open steppevlakte, vlakbij enkele meren en tussen Fritz Roy en Perito Moreno. We zijn maar met 5 deelnemers en dat maakt het exclusief en persoonlijk. De rit begint onmiddellijk met klimmen en springen over grachten. Het zicht is prachtig. Voor ons, in een dal, verschillende meren. Naast ons: bergtoppen. We komen aan op de top en leggen de paarden vast. Maar liefst 4 condors (vleugels = 4 meter) vliegen boven ons.
We zijn 2 uur ver en gaan langs de een andere weg terug. Eerst een vlakte waar we 20 min. draven en nadien zweten op een redelijke stijle afdaling. Op sommige momenten wordt er niet meer gesproken tussen de deelnemers want het vraagt ook van de ruiter concentratie.
Aangekomen aan de range staat de Barbecue klaar. Terwijl de gids de groenten brengt, toont de eigenaar zijn (wilde) adelaars en getrainde valken. Ook zijn grootouders waren trainers. Een van de adelaars (20 kg en 80 cm) komt op mijn arm zitten. Ik kan het haast niet geloven. Zodra de eigenaar de valken loslaat, start een aanval van 2 andere vogels. Het is spectaculair, maar gelukkig vallen er geen slachtoffers.
Deze trip heeft mij veel energie gekost. Aangekomen in hostel val ik in slaap op mijn bed. Om 20 uur is het tijd om nog even wat reservaties te maken zodat ik verder kan tijdens de volgende week.
Zaterdag 31 januari: een krakende picknick
We worden opgehaald door een autobus. Onderweg kruisen we er nog enkele, wellicht met hetzelfde doel. Perito Moreno is nog steeds de meest bezochte plek in de omgeving. We stoppen tussendoor nog even aan de voorkant van de gletsjer. Als toemaatje krijgen we nog een regenboog boven het ijs. Ik word haast verblind door de schoonheid ervan. Het geeft wat extra kleur aan de foto's.
Van zodra we de bus verlaten neemt de gids ons mee langs de rotsen, richting Perito. Het is een mooie, maar voor sommige toeristen, moeilijke wandeling. Het geluid van het krakend ijs wordt luider en luider. Het is nu nog 20 graden en de wind wordt heviger. Op het eind van de wandeling komen we aan de parking waar we - via de houten trap - de zijkant van de gletsjer kunnen bewonderen. Op zeer winderige dagen is dit de meest sensationele plaats. Ik volg de route tot helemaal beneden. Dit lijkt mij een idylische plek om je boterhammen boven te halen. Naast een medewerkster van de Belgische ambassade kom ik opnieuw de zusjes uit B.A. tegen.
Zondag 1 februari: vertelnacht
P., S. en L. zijn vaste kamergenoten geworden in hostelas 'El Calafate'. Pete is de snurker van de groep, maar dat wordt hem vergeven. Het weer is deze avond geweldig. We blijven tot 22 uur op het balkon van de challet zitten, met uiteraard een flesje Mendoza. Voor het slapengaan vertelt ieder nog wat over zijn ervaringen van de laatste weken. L. is reeds 2 maanden onderweg en heeft er nog 3 voor de boeg. Ook Peru, Venezuela en Brasilië staan op haar lijst. Na het bekijken van mijn foto's eindigt P. met de memorabele uitspraak: i"Wow men, now we are the jalous couple". Hoewel, de dag erna nemen zij een sportvliegtuig (met 4) om over de gletsjer Perito Moreno en nabij Fritz Roy te vliegen. Ik heb echter geen tijd om mee te gaan en neem de bus naar El Chalten (6.30 uur).
Maandag 2 februari: "This is not vacation, this is travelling" (Linda, Norway)
Het is O6 uur en ik durf niet in de spiegel kijken. Vooraleer met mijn rugzak naar de bus te lopen, spring ik nog even in de gemeenschappelijke keuken. Ik behoed mij voor de lange bustocht met enkele boterhammen en een kop oploskoffie die ik snel tussen de kiezen giet.
De reis naar El chalten duurt 5 uur en doet heel wat stof opwaaien. De wegen bestaan enkel uit grint en alweer hobbels. Bij een oud kafeetje houd de bus halt. Ik zie enkele bekende gezichten uit de andere bus stappen. Het zijn de zusjes uit BA. Het is alsof we elkaar achtervolgen. A. en L. zijn met mij meegekomen naar El Chalten. P. en zijn vrouw volgen deze nacht. De bus stopt vlak bij ons hotel Rango Grande, een gezellig hotel. Na het uitladen van de bagage beslissen we vrijwel onmiddellijk om een wandeltocht aan te vatten. Het is overigens 28 graden en geen wolkje aan de lucht. Een unieke kans dus om de toppen duidelijk te zien. Op naar El Torre en Laguna El Torre. Het is klimmen geblazen. Omwille van de talrijke keien moeten we opletten waar we onze voeten zetten, maar dat belet niet dat we de meest bizarre verhalen bovenhalen.
De laatste helling op de rotsen brengt ons naar het meer en de gletsjer. Een 5-tal andere toeristen zitten er vlakbij in stilte te genieten. We zijn er de eerste 20 min. niet weg te krijgen.
Bij het terugkomen vliegen er ons nog enkele papegaaien voorbij. Helaas te snel voor mijn fototoestel.Om 20 uur komen we in het centrum aan en besluiten direct voor de pizza te gaan. Ik voel af en toe de hammer, maar wil ondanks dat nog om 22 uur welkomkomitee spelen voor P. en S.
Dinsdag 3 februari: in de kleren - uit de kleren - in de kleren
Om 6 uur zijn we allen present voor "the sunrise". Vanaf het punt van de vlaggen zien we een gouden top van Fritz Roy. Het is de moeite waard om even in de kleren te duiken. Ik probeer om 8 uur opnieuw op te staan, maar leg mijn hand per toeval 3 keer op alarmknop en raak pas om 9.30 uur in de douche.
My mates gaan paardrijden. Ik doe dezelfde tocht, maar te voet. Het is doorbijten, maar ik ben bijna even vlug als hen boven. Daar is het luieren bij een riviertje en tijd voor een foto voor Het Laatste Nieuws.
In het terugkomen ontmoet ik voor de vierde keer de 2 zussen uit BA. Een lokale gids vraagt ons of we een andere route willen nemen met meer volgens. Daar zeggen we uiteraard geen nee tegen. De meest opmerkelijke waren de spechten met rode kraag.
We lopen nog even voorbij een tentenkamp en een tweede meer. Na de tocht waren we klaar voor een 1/2 kg ijscrème per persoon. De horsriders kwamen aan rond 19 uur en waren duidelijk moe maar voldaan. We vertrekken om 20 uur naar een kafee waar men ook bier brouwt. Het aantal bekenden neemt toe. Er worden tafels bijgeschoven en momenteel zijn we al met een 20-tal, uit alle uithoeken van de wereld: Israël, Canada, Schotland, Peru...
Ook een kamergenoot uit Puerto Madryn zie ik hier terug, alsook de Chinese vrijwilliger die de foto nam voor Het Laatste Nieuws. Na het klinken van de halve liters worden we entertaint door de eigenares. We zijn blijkbaar lucky bastards want het kon voor hetzelfde geld stortregenen in El Chalten, aldus het gastenboek.
Het resto is slechts op 10 min. wandelen, maar niemand heeft daar nog zin in. De meiden besluiten te liften. Met succes: een pick-up picks us up. De girls zitten binnen, de 4 mannen achteraan in de bak. Aan het kruispunt geeft de bestuurder voorrang aan een loslopende pony die gevolgd wordt door een stel maffe, blaffende honden. Na de hormonenvrije biefsteak blijf ik nog met enkele bergbeklimmers hangen in kafee El Bar. Zij vertellen mij dat er sinds 2 weken twee alpenisten vermist zijn.
Woensdag 4 februari: the sky is the limit
Mijn wekker loopt niet af, maar gelukkig moet mijn kamergenote ook de bus op om 6.30 uur. Ik heb gelukkig al goodbye gezegd en kan dus onmiddellijk vertrekken.Terug in Calafate is het tijd om te rusten, de was te laten doen en fotomateriaal in orde te brengen. Ik ga vanavond de parilla proeven. Op de hoek van een van de zijstraten lonkt het haast volledig schaap aan spit naar mijn lege maag. Genoeg om mij hier aan tafel te krijgen. Ik ontmoet er een leuk koppel uit Australië. Ons bord is gevuld en de gaten worden kleiner. Veel van dit lekkers moet ik helaas laten liggen want ik bereik mijn 'grande-bouffe-limiet'. Terwijl ik naar mijn hostelletje wandel valt de avond en betovert de zon de hemel.
Donderdag 5 februari: 'Tiennes pegar por los platos rotas'
Ik ben intussen gewoon geworden aan de wegen en de Argentijnse buszetels. De busritten zijn geen verloren tijd, want elke passagier heeft wel een interessant verhaal. Ik ontmoet tijdens mijn rit naar Puerto Natales (Chili) de 7de persoon who quitted his job. Sommige zijn onderweg voor 4 maanden, 6 maanden of zelfs 3 jaar. Ze hebben nog minder spullen mee dan ik. Het is een kwestie van 'bagagemanagement', iets wat ik deze tocht autodidactisch in mijn handel en wandel heb geoptimaliseerd. Tot nu toe ben ik nog niets kwijt en dat kan ik van mijn andere vakanties niet zeggen. Zelfs de champoo blijft niet achter.
Puerto Natales ligt in Chili. Chili en Argentina zijn geen dikke maten. Eerst stoppen we bij de Argentijnse grenspost: 30 min. aanschuiven vooraleer je paspoortcontrole en je rugzak wordt gecontroleerd op geëxporteerd fruit of groenten. Absuurt, want onze bagage in de bus kan volzitten met Argentijnse pechen. Blijdschap alom wanneer 1 van de douaniertjes een appel voor de dorst kan in beslag nemen. Tiennes pegar por los platos rotas.
Tien min. later stoppen we met de bus bij een gelijkaardig kantoortje, dit keer van Chileense afkomst. Opnieuw houd men ons 30 min. bezig. In Puerto Natales aangekomen overvallen ons wel 25 oudere dames met smaakmakende folders voor hun hospedaja. En werkelijk, ik laat me gaan voor de corpulenste en de meest sociale madam. Ze spreekt geen woord Engels, maar dat maakt het juist boeiend. 300 pesos voor een nachtje (5 euro, ontbijt inbegrepen). I'm in. Ze wijst naar een taxi omdat het nogal wat wandelen is. Ik maak duidelijk dat dit een goeie oefening is voor mijn 4-daagse trekking. Achteraf verneem ik dat zij de taxi's betaalt. Ik beland in een huis waar overal kledij ligt: plastieken zakken met kledij in de zetel, naast de tv, en in de keuken, kledij die gewassen is.
Wanneer ik een douche neem blijkt er wat water, naast de douche, door het platfond weg te sijpelen. Carrelage vonden ze niet nodig en dat zullen ze volgend jaar duurder betalen wanneer ze alles moeten veranderen. Enfin, zij heeft een groot hart en wil een deel van mijn tocht regelen: ticketten voor de bus, park, tent,... Het is een madam met een onverwoestbaar zelfvertrouwen en dus laat ik haar maar voorlopig begaan. Ik ga intussen met een andere gaste naar het resto. Deze geflipte vrouw houdt mij echter zodanig lang aan de praat dat de warenhuizen gesloten zijn wanneer we het eethuisje buitenwandelen. We sluiten de avond af met een leuke babbel. Terwijl bedenk ik me dat ik morgen vertrek met een een beperkt rantsoen.
Om 7.30 uur staat de autobus voor de deur. Ik ben half wakker, maar red het wel. De helft van de bagage blijft bij mijn hospedaja, de rest neem ik mee. Bij de inkom van het national park splitst de grote groep op. Ik kruip in een bestelwagen met 10 andere trekkers. De wagen wordt volgepropt met rugzakken en een gitaar van een of andere pippo. We zetten met z'n vieren een tent op in de eerste kamping van de double V (W). De W is gekend als dé tocht voor dé trekker en duurt ongeveer 7 dagen.
Onze eerste wandeling leidt naar Torres del Paine. Het is meer dan 26 graden en de weg gaat stijl omhoog. Hier is weinig schaduw en onderweg vinden we heel wat uitgeputte trekkers met rugzak. De meeste zijn nochtans geoefende wandelaars. Omwille van het tijdstip besluiten we bij het berghostel terug te keren naar de kamping. Het zicht is er prachtig aan het hostel; naast ons de 3 bergtoppen, onder ons de bergrivier met drinkbaar water.
Terug in de kamping lachen we nog even me de 3 hopeloze kampeerders die hun tent omsingeld vinden door loslopende paarden. Diezelfde nacht word ik wakker door een grazend paard, dat op een meter van onze tent zijn voedsel vond. Ongeveer gelijjktijdig voel ik ook buikloop opkomen. Ik kan dus niet anders dan blootvoets, in short en met zaklamp de frisse berglucht trotseren, bij voorkeur langs de andere kant van de tent. Het lijkt mij geen fraaie onderneming, maar goed. Mijn gezellen lachen een tweede keer. 's Ochtends ontdek ik nog enkele sporen van de paarden waar ik gelukkig niet heb ingetrapt.
Vandaag is het nog warmer. We trekken verder terwijl het zweet over mijn zonnebril druipt. De tocht is langer dan aangegeven op de map. Onderweg komen we twee bergrivieren tegen met rotsen. We moeten er echter over want de weg terug is nog harder en ... voor mietjes.
De schoenen uit (en rond de nek) en evenwicht zoeken door het water, op de rotsen. Dat is wat ons nu door moeder natuur opgedragen wordt. Halverwege krijg ik het moeilijk en besluit mijn schoenen over te gooien. Doch, om onverklaarbare reden geraken ze er net niet, maar blijven ze staan op een kei, net boven het water. Iedereen zucht. Ik als eerste.
Het water van de tweede rivier stroomt hevig en kan je meesleuren wanneer je in het voor de helft in het water terecht komt. De brug is enkel een koord die slap hangt. Iedereen fronst de wenkbrouwen. Met 30 kg op de rug over de gladde rotsen... dat vraagt wat evenwichtskunsten. Ik haal de eindmeet. Mijn benen trillen/beven nog even na op de vlakke grond. Ik ben de laatste die deze weg kan nemen, want achter mij verdwijnen enkel rotsen en valt de koord in het water. Gelukkig helpt iedereen iedereen in deze moeilijke situatie.
Deze nacht is fantastisch. We slapen net aan de stijle rotsen en nabij de rivier. Een mondharmonica-melodie laat ons inslapen.
De volgende twee dagen doen we het iets rustiger aan. We are running out of food.
Zaterdag 7 februari: de biologische klok
We eindigen bij de boot de vierde dag. Het enige dat we nog hebben was chocolade, puree in pakjes en zuiver bergwater.
"Deze avond ga ik eens goed ga dineren", vertel ik aan twee Japaners die in een 'bijna-kostuum' aan het sightseeën zijn op de catamaran. Ik schiet vlug nog enkel knappe foto's van een waterval en de gletsjers.
Wanneer ik terug bij de hospedaja aankom, blijkt dat het weer verandert. Ik kan helaas de dag nadien nog niet vertrekken, want op zondag is er maar een bus en die is volzet.
Zondag 8 februari: habla Espagnol
Ik maak vandaag wat wandeltochten. Het is winderig en ben blij dat ik niet meer in het gebergte ben. Een taxichauffeur zegt mij dat men ginds momenteel geniet van regenbuien en hevige wind.
Vanavond probeer ik ook mijn verblijf een Engelsgesproken film met Spaanse ondertiteling te volgen. 't Is misschien een gratis snelcursus denk ik hoopvol.
Maandag 9 februari: terug naar El Calafate.
In El Calafate ontmoet ik enkele bekend gezichten van de voorbije dagen. Ik besluit mijn vliegtuigticket te wijzigen. Het bureau van Areolinas is pas open om 16 uur en mijn vlucht is om 19 uur. Het lukt mij om vroeger te vertrekken zodat ik morgen een rondleiding in La Boca (B.A) kan volgen met de zussen.
Ik kom vrij laat aan in het centrum van B.A. en verkies daarom om een kamer in het hotel te nemen. Het is een sympathiek koppel (leerkrachten) die het uitbaten. Ik wordt zeer goed ontvangen en kan het zeker aanraden.
Dinsdag 10 februari: dokken
We spreken af in La Biela. De koffie bevalt er me niet zo goed. Ik laat het de pret niet bederven en stel voor om te vertrekken naar La Boca. La Boca is de oude haven van BA en de meest gekende plaats voor de Tango. Om de hoek komt een een oudere man met paard en kar voorbij gereden. Het is nog steeds een plek waar minder begoede Argentijnen wonen. 's Avonds loop je er best niet alleen rond. Er is ook een kleine tentoonstellingsruimte. De tijdelijke collectie gaat over de verdwenen Argentijnen, maar is spijtig genoeg amateuristisch. Via hét voetbalstation van Maradonna 'Boca Junoirs' lopen we naar het modernere gedeelte waar ik 2 Vlamingen ontmoet, uitbaters van een resto Vija Vija. Gelukkig is er airco in het restaurant, want het is nu 37 graden.
We houden nog even halt aan de dokken van Puerto Madero (haven). Dit is een buurt die op korte tijd nieuwe impulsen heeft gekregen en gekend is als het administratieve hart van B.A. en zijn betere moderne restaurants. Een blitsbezoek in het oud zeilschip (van de marine) kan nog net.
We nemen de bus richting Palermo, waar we nog enkel leuke pubs bekijken. De pleintjes zijn hier echt gezellig; hier en daar zijn er ook groepjes aan het jammen. Vanavond zijn we uitgenodigd in een hippe bar in Palermo Hollywood. Het wordt een zwoele nacht, met 27 graden C.
Woensdag 11 februari: luilekker
De bedoeling was om vandaag naar Tigre, een gezellig stadje aan de monding van de Rio Plata, te gaan. Het is echter te warm en we verkiezen een duik in het water en luilekkeren.
Op voorstel van de zusjes rijden we naar een park net buiten het centrum, alwaar hun familie een buitenverblijf heeft. Het is een superbeveiligd park met enkel villa's die min. 1 openluchtzwembad hebben. Ik word er vertroeteld met een megabarbecue, milkshakes en een zon die van mij een roodhuid maakt. Ik sla er de eerste 20 pagina's open van mijn nieuwe aanwinst: 'Once minutos'.
Bij het naar huis rijden zien we nog enkele jongeren in de straten eten zoeken in de vuilzakken. De vuilzakken liggen in deze twee straten verspreid over het voetpad. Ook dit is Buenos Aires, 'the city that never sleeps'.
Donderdag 12 februari: om alles te vergeten
's Morgens om 10 uur is de straat alweer propper. Ik zeg nog even goeie dag aan L. en herschik wat bagage. De laatste doos Belgische chocolade breng ik naar de zussen. Ze zijn blijkbaar aangenaam verrast.
Ik neem de bus richting haven en eindig aan de voet van een betoging van Pequeteros. Volgens sommigen zijn dit groepen werklozen die door de opositie betaalde of omgepraat worden om het verkeer (en dus ook de economie) plat leggen. Andere zien het als het enige vredevolle wapen die het ongenoegen van de armere bevolking uit de grootstad toont.
Wat verder vertrekt de catamaran naar Colonia (Uruguay). Naast mij zit een zakenman die dagelijks de boot neemt naar zijn kantoor in B.A. Hij woont in het centrum van het schilderachtig Colonia. Hij wil zijn streek wat promoten en neemt mij mee voor wat sightseeing. Ik smijt mijn rugzak in de jeep en geniet van de rit door deze gezellig verlicht stad. Het is hier bijzonder rustig. Dit is volgens mij de place to be voor een schrijver.
In het hotel is men bijzonder vriendelijk. Op aanraden ga ik naar een restaurantje waar een zeer goeie gitarist mede zorgt voor het romantisch kader. Ik vergeet echter dat ik hier gekomen was om te eten en om 1 uur kom ik tot de vaststelling dat de keuken gesloten is. Nachtwinkels heeft men hier nog niet uitgevonden, maar ik vind wel een kaartersbar waar men mij nog enkele vettige hamburgers wil voorschotelen.
Vrijdag 13 februari: carnaval
Rond de middag neem ik de bus naar Montevideo. In het station van Montevideo vind ik in de toeristisch dienst snel een hotelletje voor 10 euro per nacht. Ik vernam dat hier enkele carnavalshows te zien zijn. Na wat zoeken vind ik het theater. Ik frons mijn wenkbrouwen want ik zie een lege parking. Het wordt duidelijk wanneer ik dichter kom. Het is in openlucht. En momenteel is het licht aan het regenen. "Geannuleerd" staat er op de hekkens. Ik zal dus toch eens naar Rio moeten gaan om de Latijnsamerikaanse carnaval te zien. Een plotse regenbui doet mij kletsnat terugkeren naar het hotel.
Zaterdag 14 februari: maté
Ik lummel wat rond in Montevideo. Er zijn geen grote bezienswaardigheden te zien. En wanneer ik iets bijzonders vindt, weet geen enkele lokale bewoner mij iets te vertellen over het gebouw. De meest gebouwen met wat "stijl" zijn aangevreten door de tijd. Het doet mij denken aan het oude Praag.
Typisch voor deze regio is dat iedereen, ook kaderleden, rondlopen met een termos vol heet water en een theepotje met Maté. Deze thee (afkomstig van de indianen) werd ooit verbannen door de katholieke kerk omdat het een drug zou zijn. Toen men zag dat dit geen populaire regel was en dat men geld kon halen uit de handel, startte ze zelf met de fabricage. Op de markt zie ik een koppel met de ganse uitrusting.
De bus naar Punta Del Este is pas binnen een uur. Nabij het vertrekpunt tref ik een enorme hal waar de ene na de andere barbecue is ingericht. Alleen al het zicht laat je 5 kg bijkomen.
Zondag 15 februari: Rumba live
Mijn bus komt in de late namiddag aan in Punta Del Este. Het heeft iets weg van Blankenberge. Het is snobistischer dan ik me had voorgesteld. Er is vanavond een gratis festival in de buurt. Het busvervoer is eveneens gratis. Ik vind het nogal bizar en neem voor alle zekerheid genoeg geld mee. Na 2O min. rijden we San Carlos binnen. De ene na de andere bus wordt omgeleid naar de parkings. Het optreden van Ruben Rada is fantastisch. Ik geraak zelfs backstage.
Om O1 uur zijn we opnieuw in het uitgangscentrum van Punta Del Este. Ik stap nog 2 bars binnen, maar vind de mentaliteit er maar niks.
Maandag 16 februari: Uruguayaanse primitieven
De bus naar richting Cabo Polognia heb ik net gemist. Ik volhard en neem een andere die maar tot op 40 km nadert. Vandaar neem ik de (enige) taxi. Hij zet me bij zonsondergang af aan de ingang van het park. Vandaar is het nog een half uur rijden door het zand. Enkel de mega tunderjeeps kunnen zo'n parcour aan. Men is er niet gehaast en dus komen we in Cabo aan op een plek waar kleine huisjes met kaarslicht en het maanlicht ons wegwijs maakt. Er zijn geen huisnummers, noch straatnamen. Iedereen kent iedereen, tenminste als je iemand vindt. Na wat rondvragen kom ik aan bij Carolina. Zij verwachte mij al een week. Telefoon en fax, ... is er niet. Het is er vrij primitief maar de sfeer is uniek. Zij leidt mij rond en ik krijg de sleutel van een van de huisjes. Het water wordt uit de put gehaald, de douche is een emmer met gaten en voor de verlichting houden ze het op kaarsen, want electriciteit is er niet.
Het avondmaal vindt plaats in een openluchtrestaurantje dat uitgebaat wordt door een blinde. Hij onderhoudt ook unieke tropische planten die de muren vormen van zijn restaurant.
Dinsdag 17 februari: wild horse
Bij het ochtendontbijt komt een wild paard ons groeten. Vandaag geniet ik nog even van de zon, de hangmat en mijn boek. Op dit prachtig strand zie ik slechts 10 personen.
Om 18 uur vertekt mijn jeep. Ik heb dus nog 45 min. om te eten en de danspassen van het Tangopaar in mijn hoofd te prenten. Beide intenties lukken niet helemaal. De terugreis naar Colonia is vermoeiend.
Woensdag 18 februari: la vuelta
De catamaran die van Colonia met Buenos Aires verbindt heeft - hoewel hij 's nachts vaart - niet genoeg comfortabele zit/slaapplaatsen. Bij mijn aankomst in de luchthaven bereken ik het aantal uren slaap: 3 uur.
Om 13.30 uur gordel ik me vast en stijgen we op. Ik sluit de ogen en zie de titel van mijn reisverslag "Een reis om nooit te vergeten".